Tsjechische Republiek
Westelijke deel van het voormalige Tsjecho-Slowakije. Het land grenst in het westen en noordwesten aan Duitsland, in het noorden aan Polen, in het oosten aan Slowakije en in het zuiden aan Oostenrijk. Tsjechië wordt ingesloten door bergen. Sinds mensenheugenis is het Tsjechische land een kruispunt van Europese culturen. Het culturele karakter van Tsjechische steden, dorpen en kuuroorden is altijd een bron van inspiratie geweest voor bezoekers en gasten, die uit alle hoeken van de wereld op bezoek komen. Hoofdstad van Tsjechië: Praag.
Geschiedenis
In de Middeleeuwen maakten de twee belangrijkste delen van Tsjechië, Bohemen en Moravië, deel uit van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie. Het koninkrijk Bohemen was een belangrijke macht, maar religieuze conflicten zoals de Hussietenoorlogen in de 15e en de Dertigjarige oorlog in de 17e eeuw scheurden het rijk uiteen. Later kwam het gebied in de macht van de Habsburgers en maakte deel uit van het grote Oostenrijk-Hongarije. Nadat de Eerste Wereldoorlog een eind had gemaakt aan het bestaan van Oostenrijk-Hongarije, sloten de Tsjechen en het naastgelegen Slowakije zich aaneen, en richtten in 1918 de onafhankelijke republiek Tsjechoslowakije op. In de nieuwe republiek woonde een groot aantal Duitsers. Dit was voor Nazi-Duitsland aanleiding om dit gebied te annexeren na de Conferentie van München in 1938. Ook Slowakije besloot zich af te scheiden. Het overgebleven gebied werd in 1939 door Duitsland bezet (Protectoraat Bohemen-Moravië). Na de Tweede Wereldoorlog maakten Tsjechië en Slowakije als Tsjecho-Slowakije deel uit van het Oostblok. Tsjecho-Slowakije bleef tot de Praagse Coup een democratisch regime. Dit regime was weliswaar zeer antiwesters en pro-sovjet doordat ze voor de tweede wereldoorlog door het westen in de Conferentie van München in de steek zijn gelaten. Op 1 januari 1993 maakte Tsjechië zich los van Tsjecho-Slowakije, en ging het zich steeds meer op het westen richten. Op 1 mei 2004 trad het land, met nog negen andere staten, toe tot de Europese Unie.
|
|
|
Het klimaat van Tsjechië behoort tot het Midden-Europese type waarin het klimaat van west naar oost gaande een steeds sterker continentaal karakter krijgt. De gemiddelde temperatuur overdag bedraagt in Praag in de maand januari 9,5°C en in de maanden juni, juli en augustus respectievelijk 30,9, 32,7 en 31,8°C. Praag behoort daarmee tot een van de warmste en droogste plekken van Tsjechië (486 mm neerslag per jaar).
Voor het actuele weer in Tsjechië: weeronline in Tsjechie
|
|
Lees meer...
|
|
|
De Tsjechische kroon of koruna is de munteenheid van Tsjechië sinds 1993. Eén kroon is honderd heller/halér (Tsjechisch:halér). De ISO-4217-Code is CZK en de afkorting KÄŒ
Wisselkoers: op 4 december 2008 was de wisselkoers: 1 EUR = 25.323 CZK
Klik hier voor de actuele koers.
|
|
Lees meer...
|
|
|
Het Tsjechisch is een West-Slavische taal met ongeveer 12 miljoen sprekers. Tsjechisch wordt vooral gesproken in Tsjechië (10,2 miljoen inwoners), maar ook in de buurlanden (met name Slowakije en Oostenrijk) en landen met veel Tsjechische immigranten, zoals de Verenigde Staten en Canada. Sinds 1 mei 2004 is het Tsjechisch een van de officiële werktalen van de Europese Unie. Het Tsjechisch is onder de West-Slavische talen het nauwst verwant met het Slowaaks, gevolgd door het Oppersorbisch en het Pools. Het Tsjechisch en het Slowaaks zijn tot op zeer grote hoogte onderling verstaanbaar. Wel hebben Tsjechen en Slowaken van de jongste generatie meer moeite om elkaar te verstaan, dit doordat ze na het uiteenvallen van Tsjecho-Slowakije in 1993 niet meer dagelijks met elkaars taal geconfronteerd worden.
|
|
Lees meer...
|
|
|